Het menselijk immuunsysteem en vaccins. De werking van het immuunsysteem voor dummy’s: deel 1

Ons immuunsysteem speelt een zeer belangrijk rol in onze overlevingskansen als individu en als soort. Ons lichaam wordt van bij de geboorte belaagd door allerlei zeer gevaarlijk agressoren zoals bacteriën en virussen die op een korte termijn tot de dood kunnen leiden. Gelukkig hebben we ons immuunsysteem.

Hoe werkt ons immuunsysteem?

Het immuunsysteem bestaat uit een complex netwerk van cellen, weefsels en organen. Maar de basis wordt gevormd door de witte bloedcellen (WBC) dat ons verdedigingssysteem coördineert. De WBC worden in grote getale gevormd in het beenmerg en migreren daarna naar de bloedbaan en het lymfatisch systeem.

De WBC moet je zien als een soort veiligheidsagenten die ons bloed, weefsels en organen constant screenen op de aanwezigheid van lichaamsvreemde stoffen zoals virussen, bacteriën, parasieten en schimmels. We noemen dat pathogenen omdat dit organisme zijn die ziekten kunnen veroorzaken. Van zodra een WBC iets ontdekt komt ons immuunsysteem in actie.

De WBC kunnen verdeeld worden in 2 grote groepen nl. de fagocyten en de lymfocyten.

  • De fagocyten zijn witte bloedcellen die zoals het woord zegt het ziekmakende virus of bacterie gaan opeten en zo elimineren. Zij staan in staan in voor het zgn. aangeboren of niet-specifiek immuunsysteem
  • De werking van de lymfocyten is veel complexer en zij staan in voor het adaptief of specifiek immuunsysteem.

 

De eerste verdedigingslinie =  aangeboren of niet-specifieke immuunsysteem.

Niet-specifiek betekent dat dit immuunsysteem niet weet met welk ziekteverwekker het te doen heeft en dit aangeboren immuunsysteem beschikt niet over een geheugen.

Het belangrijkste doel is het doden en elimineren van de ziekteverwekker zodat ze zich niet kunnen verspreiden over ons het lichaam. In een eerste stap worden via de bloedbaan WBC naar de plaats van de gestuurd. Hierdoor ontstaat een zwelling door vochtopstapeling. In de volgende stap gaan de fagocyten, een groep bijzondere WBC de agressors opeten door fagocytose. En dit is een belangrijke stap omdat we hier de verbinding met het specifiek immuunsysteem zien ontstaan.

Hoe werkt het aangeboren of niet specifiek immuunsysteem?

Zowel de fagocyt als de pathogeen hebben op hun membraan (buitenkant van de cel) receptoren (spikes) die met elkaar een binding aangaan (1). Door die binding gaat de fagocyt de pathogeen volledig omkapselen en opnemen in zijn celinhoud. De celinhoud van de fagocyt bevat ook lysosomen. Dit zijn de afvalverwerkende fabriekjes in onze cellen (2).

De lysosoom gaat binnendringen in de fagosoom en de inhoud verteren en opsplitsen in korte ketens van aminozuren. Sommige korte ketens worden gebonden aan een eiwit (= lange keten van aminozuren) en vormt zo een proteïne complex (‘Major Histocompatibility Complex type II of MHC II’). Dit proteïne complex wordt daarna aan het membraan of de buitenkant van de fagocyt gehecht als een antigen afkomstig van de ziekteverwekker dat dan door een andere soort WBC nl. de lymfocyten herkend kan worden (4). Dit is een cruciale stap in de ontwikkeling van ons specifiek immuunsysteem.

De tweede verdedigingslinie = adaptief of specifiek immuunsysteem.

Andere benamingen zijn de verworven immuniteit of specifieke immuniteit. Dit systeem is veel complexer en heeft als doel een zeer specifieke reactie te produceren tegen een specifieke ziekteverwekker o.a. door het produceren van antilichamen. Bovendien bouwen ze een geheugen op zodat de volgende keer we met deze ziekteverwekker in contact komen we veel sneller hierop kunnen reageren en antilichamen gaan vormen.

  • Het specifiek immuunsysteem wordt gedragen door de lymfocyten nl. de B en T lymfocyten.
    • De B-lymfocyt wordt geproduceerd in het beenmerg.
    • De T-lymfocyt rijpt in de thymus (zwezerik) vandaar T cellen.
  • De B-cellen staan in voor een humorale immuunrespons. Deze cellen komen in contact met het pathogeen wanneer dit nog circuleert in de bloedbaan.
  • De T cellen staan in voor een cell-mediated respons en spelen een rol wanneer de pathogeen in de cel is geïnfiltreerd.

De humorale respons of de werking van de B-cel

De B-lymfocyt draagt op zijn membraan receptoren die allemaal dezelfde zijn. Men noemt ze membraangebonden antilichamen. Dit zijn proteïnen. Men noemt ze ook nog immunoglobulines. Elke B-cel heeft slecht één soort van membraangebonden antilichamen maar alle B-cellen hebben een verschillend membraangebonden antilichaam.

Een membraangebonden antilichaam bestaat uit een vast en gelijk gedeelte en een variabel gedeelte. Het is dit variabel gedeelte dat bij elke B-cel verschillend is. Men schat dat ieder van ons over 10 miljard verschillende membraangebonden antilichamen beschikt. Ook de ziekteverwekkers beschikken over receptoren die men epitopen noemt. Een epitoop kan zich binden met het overeenstemmend membraangebonden antilichaam van een B-cel. Door deze binding wordt de B-cel geactiveerd om zich te vermenigvuldigen en te differentiëren d.w.z. een specifieke rol opnemen.

De ene B-cel ontwikkelt zich tot een effectorcel dit is een fabriekje van antistoffen. Per seconde kan een effectorcel 2000 antilichamen produceren. Een andere B-cel ontwikkelt zich tot een geheugencel. Deze cellen blijven langduriger en in grotere getale in het lichaam en zullen bij een hernieuwd contact met het virus heel snel effectorcellen met antistoffen produceren. Deze antilichamen gaan zich binden met vb. het virus. Hierdoor wordt het virus getagd zodat het herkent kan worden door de fagocyten die deze cellen zullen vernietigen.  De tagging noemt men de opsonisatie. Door opsonisatie wordt het functioneren van het virus veel moeilijker. Zo kunnen ze moeilijker in de cellen infiltreren.

 

De Vaccins:

University of Oxford (UK) & AstraZeneca (UK)

Dierstudies
Op 13 mei publiceerde de University of Oxford de resultaten van de inenting van rhesus-apen met het vaccin. Vervolgens werden de apen geïnfecteerd met een hoge dosis SARS-CoV-2. Bij deze apen bleek het vaccin in staat de ontwikkeling van longontsteking te voorkomen. Maar de ingeënte apen bleken wel virusdeeltjes te produceren die werden aangetroffen in de neus. Ook werden er een paar kortademig. Door verschillen in het immuunsysteem kan het zo zijn dat het vaccin in mensen wel complete immuniteit zal veroorzaken, maar zeker is dit niet. Daarnaast kan de hoge virusdosis debet zijn aan de onvolledige bescherming.

Fase 1-2
Met behulp van financiering van de Britse overheid begon de universiteit op 30 april met de fase 1/2 studie waar 1077 vrijwilligers aan deelnamen. Hiervan zijn de resultaten inmiddels gepubliceerd. Eruit bleek dat het vaccin zowel bij één (in 91% van de vrijwilligers) als twee (100%) doses neutraliserende antilichamen opwekte. Ook is gedetailleerd beschreven dat al na een eerste dosis van het vaccin, in mensen tussen de 18 en 55 jaar, een goede antilichaam- en T-celrespons wordt geïnduceerd. Daarnaast bleek dat een tweede dosis van het vaccin zorgde voor een betere antilichaamrespons. Deze respons was beter indien er een hele dosis werd gegeven als tweede dosis in vergelijking met een halve dosis. Belangrijk hierbij is dat er minder bijwerkingen werden gezien na de tweede vaccinatie in vergelijking met de eerste vaccinatie.

Het vaccin wekt in zowel jongeren als ouderen een goede immuunrespons op. Dit ondanks het feit dat het immuunsysteem van ouderen over het algemeen slechter reageert op vaccins dan dat van jongeren.

67% van de participanten in de studie hadden last van milde bijwerkingen zoals milde tot matige hoofdpijn, spierpijn en een grieperig gevoel. Hiertegen bleek een paracetamol goed te werken. Samengevat zijn de resultaten zeer bemoedigend.

Naast de Britse studie is AstraZeneca ook studies gestart in Zuid-AfrikaIndia, en Rusland.

Janssen (NL) & Johnson & Johnson (USA)

Dierstudies
Tot op heden heeft Janssen resultaten gepubliceerd van dierstudies met rhesusapen en hamsters. Beide resultaten zijn zeer bemoedigend. Uit de studies bleek namelijk dat slechts één dosis van het vaccin genoeg was om beide diersoorten te beschermen tegen een hoge dosis SARS-CoV-2. Bij de hamsters was het virus nog wel in staat om de longen van de dieren te infecteren, maar waren de symptomen veel milder dan bij hamsters die het vaccin niet vooraf hadden gekregen. Bij de apen werd zelfs geen virus aangetroffen in de longen van gevaccineerde apen, wat bij de dierstudies van AstraZeneca/Oxford wel het geval was. Maar, gezien de verschillende in de studieopzet zijn de resultaten niet 1:1 te vergelijken.

Het vaccin van Janssen/J&J induceerde in alle apen en hamsters een goede hoeveelheid antilichamen, en de meeste ook een goede T-celrespons.

Fase 1-2
Janssen en J&J begonnen op 27 juli met de fase 1-2 klinische studies in de Verenigde Staten en België. Sindsdien zijn daar ook Spanje en Duitsland aan toegevoegd. Ook in Nederland zal binnenkort een fase 2 studie starten.

Op 4 oktober publiceerde J&J tussentijdse data van de fase 1-2 studie. Aan de studie deden in totaal 796 vrijwilligers mee die een of twee doses ontvingen. Uit het artikel blijkt dat een enkele dosis bij bijna alle participanten een neutraliserende antilichaamrespons wist te induceren. Daarnaast induceerde het een sterke T-celrespons. Indien maar één dosis nodig zou zijn om beschermd te zijn, dan is dit een sterk voordeel ten opzichte van de andere vaccins.

61% van de deelnemers van tussen de 18-55 had last van bijwerkingen. Dit was veel lager voor oudere deelnemers van boven de 65, van wie maar 31% bijwerkingen ervoer. De meeste veelvoorkomende bijwerkingen waren spierpijn, vermoeidheid en koorts. Deelnemers die twee doses ontvingen hadden vaker last van bijwerkingen dan zij die er maar één kregen.

In twee gevallen hadden deelnemers last van ernstige bijwerkingen als gevolg van het vaccin (hypertensie en hoge koorts). Interessant genoeg bleken jongeren meer last te hebben van bijwerkingen dan ouderen.

Samenvattend: de eerste klinische data die Janssen/J&J publiceren zijn hoopgevend. Slechts één dosis bleek een goede immuunrespons op te wekken en de hoeveelheid bijwerkingen waren gelijk of lager dan bij de concurrenten. Wel zijn de twee gevallen van ernstige bijwerkingen zorgelijk. Uit de fase 3 studies die momenteel lopen zal blijken hoe vaak ernstige bijwerkingen optreden en of de immuunrespons ook beschermt tegen covid-19. Ook zullen deze studies uitwijzen of één dosis genoeg is, of dat er toch twee nodig zijn om te beschermen tegen covid-19.

Novavax (US)

Fase 1-2
Op 25 mei begon de fase 1-2 klinische studie van Novavax in Australië. Inmiddels zijn de resultaten ervan gepubliceerd. In de studie waar 131 vrijwilligers aan deelnamen waren drie groepen. De eerste groep kreeg twee doses van het vaccin inclusief adjuvans. De tweede groep twee doses zonder adjuvans, en de derde twee doses placebo.

Alhoewel alle gevaccineerde vrijwilligers neutraliserende antilichamen opwekten bleek het beste resultaat werd behaald te worden bij vrijwilligers die twee doses van het vaccin kregen inclusief adjuvans. Deze groep had op 35 dagen na vaccinatie vier keer meer neutraliserende antilichamen in hun bloed dan personen die op natuurlijke wijze genezen van het virus. Ook induceerde het vaccin een goede T-celrespons in de vrijwilligers.

Rond de 70% van de vrijwilligers ervoeren negatieve bijeffecten van het vaccin. De effecten die verscheidene vrijwilligers ondervonden (spierpijn, hoofdpijn, vermoeidheid & spierpijn) waren mild en maar korte duur (minder dan 2 dagen).

Samengevat zijn de resultaten van de fase 1 studie zeer positief. De fase 3 studies zullen uitwijzen of het vaccin in een veel grotere populatie ook daadwerkelijk zo veilig zal blijken, en of de opgewekte immuunrespons zal beschermen tegen covid-19.

Novavax begon op 17 augustus met een fase 2b studie in Zuid-Afrika. Aan de studie, die gesponsord wordt door CEPI, nemen 4422 vrijwilligers deel, waaronder 245 medisch stabiele HIV-positieve patiënten.

Moderna (US)

Dierstudies
Uit gepubliceerde resultaten blijkt dat het vaccin van Moderna goed werkt in (rhesus)-apen. In de studie kregen apen verspreid over twee maanden twee doses van het vaccin. Een maand hierna werden ze geïnfecteerd met het covid-19 virus. Apen die het vaccin hadden gekregen bleken veel minder ziek te worden, en sneller te genezen. Ook werd er een stuk minder virus in de neuzen aangetroffen van gevaccineerde apen, wat erop duidt dat ze minder besmettelijk zijn.

Fase 1-2
In samenwerking met de Amerikaanse overheid begon Moderna al op 16 maart met de eerste klinische studie. Dit kon zo vroeg doordat dierstudies achterwege konden blijven en direct begonnen kon worden met de fase 1 studie. Inmiddels is de fase 1-studie, waaraan 120 vrijwilligers (19-55 jaar) deelnamen afgerond en zijn de resultaten gepubliceerd. 

Uit de gepubliceerde resultaten bleek dat twee vaccinaties met 100 microgram van het vaccin een neutraliserende antilichaam immuunrespons teweegbracht in alle vrijwilligers die het toegediend kregen. Ook induceerde het vaccin een cellulaire T-cel immuunrespons bij vrijwilligers.

Naast twee doses van 100 microgram werd er ook getest met twee doses van 250 microgram. Deze laatste leidde echter tot ernstige bijwerkingen. Een van de vrijwilligers, die ervoor naar het ziekenhuis moest is hierover naar buiten getreden bij Statnews. Moderna gebruikt voor alle volgende studies de lagere 100 microgram dosis. Deze leidde niet tot serieuze bijeffecten. Vrijwilligers die de 100 microgram dosis toegediend kregen rapporteerden zwakke tot milde vermoeidheid, rillingen, hoofdpijn of spierpijn.

Moderna heeft ook de resultaten gepubliceerd van een fase 1 studie met personen boven de 55. Studies bij ouderen zijn belangrijk, omdat vaccins vaak minder effectief zijn in deze leeftijdsgroep. Ook is covid-19 zeer gevaarlijk voor de ouderen. In de studie kregen de vrijwilligers twee doses van 100 microgram toegediend. Dit induceerde een antilichaamrespons die twee tot vier keer hoger was dan die in personen die op natuurlijke wijze genezen waren. De bijwerkingen bij ouderen waren vergelijkbaar met die van jongere leeftijdsgroepen.

Op 29 september publiceerde Moderna resultaten van een fase 1 studie (40 deelnemers) dat het bedrijf had uitgevoerd met vrijwilligers van ouder dan 56 jaar. Eruit blijkt dat het vaccin bij de oudere vrijwilligers een goede immuunrespons opwerkt. Daarnaast waren de bijwerkingen vergelijkbaar met die van een hoge dosis griepvaccin.

Om erachter te komen hoe lang de bescherming aanhoudt zijn de personen uit de hierboven beschreven studies 90 dagen gevolgd. De resultaten hiervan werden op 3 december gepubliceerd. Hieruit blijkt dat in alle participanten 90 dagen na de tweede dosis nog steeds een hoge hoeveelheid neutraliserende antilichamen aanwezig waren. Neutraliserende antilichamen zijn een signaal, maar geen garantie voor bescherming tegen covid-19.

 

BioNTech (DE) & Pfizer (USA)

Dierstudies
Recentelijk hebben BioNTech/Pfizer resultaten gepubliceerd van dierstudies in muizen en makaken. Het vaccin induceerde in beide diersoorten zowel neutraliserende antilichamen, als een T-celrespons tegen het covid-19virus.

Na een opzettelijke infectie met SARS-CoV-2 werden er bij de gevaccineerde apen zelfs geen virus aangetroffen in de lagere luchtwegen. Helaas zijn de resultaten moeilijk vergelijkbaar met dierstudies van andere ontwikkelaars, omdat elke studie anders opgezet is.

Fase 1-2
Op 29 april begon de fase 1/2 studie van BioNTech in Duitsland, de eerste klinische studie van een covid-19 vaccin in Europa. BioNTech heeft inmiddels de resultaten ervan gepubliceerd. In de studie kregen vrijwilligers een of twee doses van 10 microgram of 30 microgram. Dit werd getest voor de twee vaccins die BioNTech destijds in ontwikkelde; de zogenaamde b1 en b2 varianten.

Beide vaccins bleken in staat om een goede hoeveelheid neutraliserende antilichamen te induceren bij alle vrijwilligers. Bij vrijwilligers tussen de 18-55 jaar was deze antilichaamrespons die bij twee doses van 30 microgram minimaal 2,8 keer hoger dan de respons die zichtbaar is bij personen die op natuurlijke wijze van 2019 waren genezen. Bij vrijwilligers tussen de 65-85 jaar was dit minimaal 1,1 keer hoger.

De b2 variant bleek een stuk minder bijwerkingen te veroorzaken dan de b1 variant. Waar 75% van de vrijwilligers (18-55) die de b1 variant kregen last had van bijwerkingen zoals milde koorts of pijn in de injectieplaats, was dit maar 17% voor de b2 variant. Dit was ook zichtbaar in de oudere vrijwilligers, waar er geen een last had van bijwerkingen van het b2 vaccin, in vergelijking met 17% van de ouderen die het b1 variant hadden gekregen.

Samengevat zijn de resultaten uit de fase 1-2 studie van BioNTech en Pfizer zeer hoopgevend. Op basis van de data hebben de twee gekozen om in de fase 2 en 3 studies 30 microgram van de b2 variant te testen, gebruikmakend van een een vaccinatieschema van twee doses.

Uitleg over manieren om vaccinontwikkeling te versnellen

Human challenge studies 
Zogenaamde “challenge studies” zouden ingezet kunnen worden in extra bewijs van veiligheid en effectiviteit te genereren. Hierin worden gezonde personen gevaccineerd, waarna ze een (in sommige gevallen verzwakt) virus krijgen toegediend. Het voordeel hierbij is dat a) iedere proefpersoon in contact komt met het virus en b) je niet maanden hoeft te wachten tot genoeg mensen in contact komen met het virus. Hierdoor gaat het veel sneller, en hoeven er veel minder mensen deel te nemen. Challenge studies zijn echter controversieel. Indien het vaccin niet 100% effectief blijkt te zijn zullen er namelijk mensen covid-19 oplopen wat zelfs voor jongeren gevaarlijk kan zijn. Na uitgebreide discussies is er in het VK nu een dergelijke studie begonnen. Het ziet er niet naar uit deze aanpak voor de covid-19-vaccins tot een grote versnelling in vaccinontwikkeling zal leiden, maar de opgedane ervaring zou bij een volgende uitbraak gebruikt kunnen worden.

Versnelde vaccinontwikkeling & registratie​
Wat is er al gebeurd om vaccinontwikkeling drastisch versnellen?​
De uitbraak van SARS in 2003 zorgde ervoor dat we veel bewuster werden van de gevaren van nieuwe virus-uitbraken. Er zijn immers honderdduizenden virussen in dieren die mogelijk kunnen overspringen naar de mens met onvoorspelbare gevolgen. Concrete acties bleven echter uit. Die kwamen er pas na de uitbraak van Ebola in West-Afrika in 2013. De WHO ontwikkelde een strategie, maar belangrijker was de oprichting van CEPI (the Coalition of Epidemic Prepardness Innovations). CEPI werd als publiek-privaat partnership opgericht tijdens het World Economic Forum van 2017. Inmiddels wordt CEPI financieel gesteund door een groot aantal landen.

Aan het begin van de epidemie heeft CEPI dit geld ingezet om de (pre)-klinische ontwikkeling van de meest veelbelovende vaccins te versnellen. Nu, bijna een jaar later, investeerhet vooral in grootschalige productie van vaccins. Het is goed op weg om voor het eind van 2021 twee miljard doses te laten produceren. Deze vaccins zullen terechtkomen bij COVAX, een samenwerkingsverband dat streeft naar een eerlijke verdeling van covid-19 vaccins.

Naast CEPI zijn er ook andere initiatieven om de ontwikkeling van een covid-19 vaccin te versnellen. Zo is er onder leiding van EU-lidstaten 15,9 miljard Euro ingezameld voor de ontwikkeling en eerlijke verdeling van COVID-19 vaccins. De Verenigde Staten spendeert als onderdeel van ‘Operation Warp Speed’ op zijn beurt ook miljarden om sneller vaccins te produceren voor de Amerikaanse bevolking. Hiervoor heeft het Witte Huis zes bedrijven geselecteerd die het meeste kans hebben om een vaccin te ontwikkelen. Dit zijn Moderna, de Universiteit van Oxford/AstraZeneca, Janssen/J&J, Merck, BioNTech/Pfizer, Merck/IAVI en Sanofi/GSK.

Een andere partij die ervoor zorgt dat de ontwikkeling van het covid-19 vaccin een stuk sneller gaat dan reguliere vaccins zijn de regulatoire autoriteiten. De functie van deze autoriteiten is om de veiligheid en werkzaamheid van de vaccins te waarborgen, zowel voor de vrijwilligers van de klinische studies, alsook de eindgebruikers als het vaccin op de markt komt. Elke regio heeft zijn eigen regulatoire autoriteiten, zoals de Food and Drug Administration (FDA) in de Verenigde Staten, en de European Medicines Agency in Europa. Beide hebben veel maatregelen genomen om het voor vaccinproducenten zo makkelijk mogelijk te maken om een coronavirusvacc te registreren, en toch veiligheid te kunnen garanderen. Voorbeelden van deze maatregelen zijn het gratis aanbieden van advies, het verkorten van de beoordelingstijden en de zogenoemde ‘rolling review’ waarbij data al bekeken worden zodra deze beschikbaar zijn en niet pas aan het einde van alle studies.

De FDA heeft aangekondigd dat de potentiële vaccins maar 50% effectief hoeven te zijn in het voorkomen van covid-19 om op de markt te komen. Dit is ongeveer gelijk als de effectiviteit van het griepvaccin, dat tussen de 19% en 60% ligt, maar veel lager dan veel kindervaccins, die in 85%-95% van de gevallen ziekte voorkomen.

De FDA kent verdere instrumenten om vaccinontwikkeling te versnellen. Dit zijn het toekennen van een ‘Fast Track’ procedure voor vaccins en het toelaten van vaccins voorafgaand aan de uiteindelijke goedkeuring via de Emergency Use Authorization (EUA). De EMA kent deze constructie niet, maar er is versnelling mogelijk via de procedure van Accelerated Assessment. Ook heeft de EMA de mogelijkheid om een vaccin een voorlopige vergunning toe te wijzen.

Ten slotte wordt er veel tijd bespaard met het voortijdig opzetten van grootschalige vaccinproductie-capaciteit voordat de vaccins op de markt komen. Hiermee nemen de vaccinproducenten een groot risico, omdat er een kans bestaat dat de vaccins geen goedkeuring zullen krijgen, waardoor de geproduceerde vaccins waardeloos worden.

Q&A covid-19 vaccins. ​

Op dit moment ontvangen wij veel vragen over de covid19-vaccins. We publiceren de meest gestelde vragen en de antwoorden op de website. Hieronder een begin.

Wij willen hierbij graag vermelden dat wij geen medisch advies geven en dat u voor dergelijke vragen het beste uw arts kunt benaderen.

Q1: Uit de klinische vaccin studies komt naar voren dat de vaccins bescherming bieden tegen ziekte. Maar hoe zit dat dan met bescherming tegen transmissie? (deze vraag wordt voornamelijk gesteld met het oog op het vaccineren van zorgpersoneel).

A: Het klopt inderdaad dat het vaccin beschermt tegen ziekte, specifiek ziekteverschijnselen. Dit is in de fase 3 klinische studies aangetoond. Het is moeilijk om aan te tonen of de vaccins ook beschermen tegen transmissie, onder andere omdat het niet altijd te achterhalen is waar een besmetting precies heeft plaatsgevonden. AstraZeneca heeft voorzichtige positieve uitspraken gedaan over bescherming tegen transmissie, maar voor duidelijke conclusies is meer onderzoek nodig. Het is echter wel aannemelijk dat indien mensen beschermd zijn tegen ziekte, er minder virus aanwezig zal zijn in de neus en keelholte en dat transmissie zonder ziektesymptomen erg beperkt zal zijn.

 

Q2: In de fase 3 studies worden nu voornamelijk korte termijn bijwerkingen in kaart gebracht. Maar wat weten we nu eigenlijk van de lange termijn bijwerkingen? Komen lange termijn bijwerkingen vaker voor bij vaccins?

A: Van vaccins weten we dat er kortdurende, meestal milde, bijwerkingen op kunnen treden. Langetermijneffecten van vaccins zien we eigenlijk nooit. Nadat een kleine hoeveelheid vaccin kortdurend het immuunsysteem aan het werk zet om bescherming om te bouwen, wordt het vaccin door je lichaam afgebroken. Het vaccin blijft dus niet in het lichaam aanwezig. Lange termijneffecten door vaccins zijn daarom ook nu niet te verwachten. Dit in tegenstelling tot lange termijneffecten die in een deel van de patiënten worden gezien na infectie met het virus. Echter weten we dit natuurlijk pas 100% zeker nadat het vaccin meerdere jaren gebruikt wordt.

 

Q3: Het vaccin bevat genetisch materiaal van het virus. Kan dit genetische materiaal het menselijke DNA veranderen?

A: Het antwoord is dat dit theoretisch mogelijk is bij DNA-vaccins, maar niet bij de andere vaccins. Het klopt dat de vaccins genetisch materiaal bevatten van het virus. Het gaat hierbij om genetisch materiaal coderend voor het spike eiwit. In de vaccins van BioNTech/Pfizer, Moderna en CureVac is dit in de vorm van mRNA. Dit RNA zorgt ervoor dat het spike eiwit wordt geproduceerd, waardoor het afweersysteem antistoffen en T-cellen aanmaakt tegen dit  eiwit. Het in de cellen aanwezige RNA wordt daarna afgebroken en kan geen veranderingen veroorzaken in het menselijk DNA. De vaccins die gebruik maken van het adenovirusplatform bevatten weliswaar DNA, maar dit kan niet repliceren en wordt uiteindelijk afgebroken. Voor die tijd wordt het ingebrachte gen voor het spike-eiwit vertaald in mRNA, waarna de situatie hetzelfde is als bij de RNA-vaccins.

 

Q4. In Groot-Brittannië is een gemuteerde en mogelijk meer besmettelijke variant van het coronavirus opgedoken. Zijn de vaccins nog wel werkzaam tegen deze nieuwe variant?

A: Op dit moment is er geen reden om aan te nemen dat de vaccins niet werken tegen de gemuteerde variant van het virus. Het lijkt er op dat virus-neutraliserende antilichamen een hoofdrol spelen bij bescherming. Het gaat daarbij om een cocktail van antilichamen tegen verschillende domeinen van het spike-eiwit. Een verandering in één van deze domeinen zal waarschijnlijk maar een klein effect hebben. Om dit zeker te weten worden er op dit moment extra laboratoriumtesten gedaan. Wanneer  de resultaten hiervan bekend zijn zullen deze hier vermeld worden.